| |
Bibliography Declaration gay survivors Audio Lecture Links Pink Triangle Coalition Archive |
Gay History Projects |
Homepage: www.kmlink.net
![]() |
|
Recensies Rozerijk.nl
- AUDIO Reportage Laura Vervaart: Interview Gay Krant, 26e jaargang, 10 september 2005 - auteur Norbert Splint In een totalitair regime zijn homo’s altijd fout Doodgeslagen, doodgezwegen maakt homoslachtoffers van nazi-regime zichtbaar Vrijdag 9 september
vond er bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)
een opmerkelijke boekpresentatie plaats. Ferdinand Strijthagen, directeur
van de Schorerstichting overhandigde NIOD-directeur Hans Blom het
eerste exemplaar van Doodgeslagen, doodgezwegen. Vervolging van homoseksuelen
door het nazi-regime 1933-1945. Verrassend, omdat in het zestigjarige
bestaan van het NIOD er niet één publicatie over homovervolging
tijdens de oorlogsjaren is verschenen. Maar ook andere onderzoeksinstituten
en herinneringscentra in Europa en daarbuiten zijn in gebreke gebleven
door hun gebrek aan aandacht voor de talloze homoseksuele slachtoffers
in de bezettingstijd. Müller is een internationaal museumconsultant, onderzoeker en publicist en heeft eerder in andere media over dit thema gewerkt, bijvoorbeeld als drijvende kracht achter de Amerikaanse documentaire ‘Paragraph 175’ of voor het U.S. Holocaust Memorial Museum in Washington. Op de vraag wat het belangrijkste voor hem is aan het boek antwoordt hij: “Ik wilde de individuele verhalen van de slachtoffers zichtbaar te maken. Daarom heb ik met de auteurs die aan dit boek meewerkten gericht gewerkt aan persoonlijke verhalen. We hebben veel foto’s uit het archief van Jan Carel Warffemius en andere archieven opgenomen. De mannen en vrouwen om wie het gaat krijgen zo letterlijk en figuurlijk voor het eerst een gezicht. En het boek wordt er toegankelijker door.” Dood geslagen, doodgezwegen is een verzameling artikelen die een beeld geven van de vervolging van homo’s tijdens het Derde Rijk. Het bevat getuigenverklaringen van slachtoffers, maar ook van hun familieleden, buren en collega’s. Daarnaast zijn er persoonlijke brieven, rechtbankstukken en officiële documenten opgenomen die, alles bij elkaar, laten zien hoe een totalitair regime tot in de diepste vezels van de maatschappij haar invloed uitoefent. Hoe komt het dat dit materiaal nu pas boven water is gekomen? Of is er naar bestaande bronnen met andere - roze – ogen gekeken? Müller: “Allebei. Op de eerste plaats was de mythe ontstaan dat veel materiaal door de nazi’s was vernietigd, waar door men dus men niet meer bij de bronnen kon. Dat is niet het geval. Heel veel is bewaard gebleven, door een gebrek aan middelen en belangstelling werd er alleen niet goed naar gezocht. De laatste jaren is echter wel veel regionaal onderzoek gedaan in Duitsland en bezette gebieden zoals Nederland. Voor heet eerst hebben wij nu een duidelijk beeld van de homovervolging en diens slachtoffers: wat gebeurde er eigenlijk als je veroordeeld werd, of hoe ging het verder als je werd vrijgelaten? Zo bleek bijvoorbeeld dat men na gevangenschap, tuchthuis of concentratiekamp vaak nog dieper in de ellende zat dan voorheen. Je raakte niet alleen je eer kwijt, maar ook je baan en daardoor je woning. Soms mocht je niet meer studeren, verlor je jouw doctortitel. Veel mannen die van homoseksuele handelingen werden beschuldigd waren afkomstig uit de lagere middenstand of de arbeidersklasse. Na hun detentie werd ook nog eens de rekening van de proceskosten en de gevangenschap gepresenteerd. Dat konden die jongens natuurlijk nooit betalen.” Na afloop van de oorlog was de ellende voor de homomannen die in kampen hadden gezeten nog niet voorbij. Immers: zowel de geallieerden als de nieuwe machthebbers in West- en Oost-Duitsland beschouwende homoseksualiteit als een misdaad. Reden waarom de slachtoffers geen recht hadden op wat voor compensatie dan ook. Men kreeg zijn vroegere baan of titel niet terug, opgebouwd en verloren gegaan pensioen werd niet vergoed. “Het aantal op verdenking van homoseksualiteit opgepakte mannen was na de oorlog even groot als tijdens het nationaal-socialisme,” gaat Müller door. “De West-Duitse politie baseerde zich bij hun razzia’s op artikel 175 van het Duitse Wetboek van Strafrecht dat door de nazi’s in 1935 erin was gezet. Pas in 1969 werd deze afgeschaft.” Dit artikel 175, dat homoseksuele handelingen verbood en in 1870 was ingevoerd, was door de nazi’s in 1935 aangescherpt. Voor die tijd was een getuige van anale penetratie nodig om een beschuldigde te veroordelen, daarna niet meer. Het resultaat was dat ordinaire roddel en achterklap voldoende was om iemand achter de tralies te krijgen. Na de bezetting werd dit artikel ook van toepassing in Nederland. De verhalen uit Doodgeslagen, doodgezwegen daarover zijn te absurd voor woorden. Een briefje met het vage voornemen van een afspraak, een terloops geuit compliment, een omgewoeld bed door een hospita ontdekt: het was allemaal aanleiding om aangifte te doen. Iemand met homoseksuele gevoelens was in de bezettingstijd zijn leven nooit zeker. Een buurvrouw, een familielid, een collega of zomaar een jaloerse vriend kon elk moment al dan niet anoniem bij de Gestapo of politie zijn beklag doen. “Dat is ook het beangstigende,” legt Müller uit. “De hele maatschappij wordt medeplichtig. Je kon door iedereen om het meest onbenullige worden verraden. Dat is trouwens ook een kenmerk van een totalitaire maatschappij. Het maakte niet uit of iemand partijlid was of niet, collaboreerde of zich juist van de maatschappij had afgekeerd. In het boek staat een verhaal van een bloemist die – verliefd over beide oren - op zekere dag werd opgepakt op verdenking van homoseksueel gedrag met zijn vriend. Twee meisjes die bij hem in de zaak werkten werden afzonderlijk van elkaar ondervraagd om tegen hem te getuigen. Geen druk, ze konden zeggen wat ze wilden. Wat gebeurt? De één gaf een gedetailleerd verslag van alles wat zij had gezien of dacht te hebben gezien dat in verband kon worden gebracht met de homoseksualiteit van haar baas. En het andere meisje gaf een verklaring af in de trant van: ‘Homo? O ja? Nooit wat van gemerkt.’ Ook binnen een totalitaire maatschappij maak je dus keuzes. Een praatzuchtige medewerkster kon je werkelijk, als het slecht liep, je leven kosten.” Als voorbeeld van een totalitair regime anno 2005 noemt Müller Iran. “Als zelfs tieners worden gearresteerd en ter dood worden veroordeeld, dan betekent het einde van een civiele maatschappij. Een maatschappij die haar eigen kinderen doodt verliest haar ziel. Ook Iran vind ik een voorbeeld van een medeplichtige maatschappij. Het is niet alleen het politieapparaat, de rechterlijke macht of de boven iedereen verheven Partij die de boosdoener is, nee, de hele maatschappij participeert – en stoort zo moreel in elkaar.” Binnen een totalitair regime zijn de vijandbeelden in eerste instantie keurig geordend. Een bepaalde groep is fout (schoolvoorbeeld: ‘de joden’) en de rest niet. Daarnaast valt op dat de totalitaire maatschappij er in seksueel opzicht altijd uiterst conservatieve denkbeelden op na houdt, of die maatschappij nou fascistisch (het Derde Rijk), communistisch (het voormalige Oostblok) of religieus-fundamentalistisch (Iran; Saudi-Arabie) is geconditioneerd. In een totalitaire maatschappij is een homoseksueel dus altijd fout. Maar als een totalitair regime gaat radicaliseren is het hek van de dam. “Dat viel mij in dit onderzoek ook op,” verklaart Müller. “De homomannen die werden opgebracht stonden er vaak geheel alleen voor. Ze werden opgegeven door hun directe omgeving. Zonder een medeplichtige maatschappij had de homovervolging niet zo systematisch kunnen worden opgezet. Maar – en dat vind ik wel belangrijk – er waren echter ook individuen die hun cliënt, hun werknemer, hun zoon of broer door dik en dun bleven steunen.” In vergelijking
tot het onderzoek naar jodenvervolging staat het onderzoek naar vervolging
van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen nog in de kinderschoenen.
Müller wijt dit voor een deel aan eerder genoemde oorzaken: veel
archieven zijn pas laat opengegaan en pas sinds een tiental jaren
wordt er met homoseksuele belangstelling naar de bronnen gekeken.
“Veel weten we gewoon nog niet. We hebben geen lijst van alle
homoseksuele slachtoffers in kampen. We weten niet hoe de kerken zich
met betrekking tot homofobie hebben gedragen. We weten niet hoe het
na 1945 stond met castratie. Het gebrek aan fondsen speelt ons parten.
Duitsland heeft nog steeds geen individuele of collectieve compensatie
voor de homovervolging aangeboden.” Norbert Splint
|