Bibliography
Declaration gay survivors
Audio Lecture
Links
Pink Triangle Coalition
Archive
Gay History
 Projects
               
               

 

 

 

 

Homepage: www.kmlink.net

 

Klaus Müller en Judith Schuyf (red.): Het begint met nee zeggen. Biografieën rond verzet en homoseksualiteit 1940-194. Amsterdam, Schorer 2006.

 

SEE: Korte beschrijving / short description

SEE: Inhoudsopgave / table of content

SEE recencies

 

 

RECENSIES

AUDIO - AVRO, Radio 1. 'Het begint met nee zeggen'. Program van Floor Bremer. 17:38 min], April 2006.

Article - Winq, no. 4, mei/juni 2006

Verzet!

Sinds op Koninginnedag 2005 de Amerikaan Chris Crain in de Leidsestraat de neus werd gebroken, omdat hij met zijn vriend hand in hand liep, is homovijandigheid een hot item. Is het tijd voor nieuw activisme?

Door Bart Gielen

De expositie ‘Wie kan ik nog vertrouwen’ opent op 21 april in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Over actualiteitswaarde hoeft de historicus Klaus Müller, die de tentoonstelling samenstelde, niet te vrezen. Helaas: de tentoonstelling vindt plaats in een periode waarin berichten over groeiend geweld tegen homoseksuelen de toon zetten.
‘Een primeur in Nederland’, aldus Klaus Müller: ‘Nog nooit eerder is er een tentoonstelling in Nederland aan deze zwarte bladzijde van de homogeschiedenis gewijd. Homo-onderdrukking bestond in de schoolboeken alleen als voetnoot. Kwantitatieve gegevens en getuigenissen waren lange tijd schaars, waardoor het idee ontstond dat het allemaal wel meeviel. Zeker op het gebied van verzet door homoseksuelen was niets in de collectieve herinnering opgenomen. Verzetshelden waren respectabele mannen, mythische figuren waartegen opgekeken diende te worden. Voor homo’s, en vaak ook vrouwen was geen plek in de eregalerij der verzetslieden.’
Met het opvullen van dit hiaat streeft Müller er niet alleen naar dat deze geschiedenis geïntegreerd wordt in onze bewustwording, maar hoopt hij ook op erkenning van en eerbetoon aan de slachtoffers. ‘Wie kan ik nog vertrouwen’ is een collectie van persoonlijke getuigenissen die een beklemmend beeld geven van de positie van de homo in een totalitair regime. De titel geeft de gevoelswaarde van de jaren dertig en veertig weer: wie kon je destijds vertrouwen als je homo was? Homo's waren verstoken van gelijkberechtiging; afwijkende seksuele geaardheid werd zowel op juridische als op ethische gronden als ‘pervers’ en ‘crimineel’ bestempeld. Een enigszins onbekommerd homoleven was een uitzondering. Vervolging was strijk en zet. Buren, collega’s, passanten, en zelfs familieleden deden gretig aangifte. Tienduizenden homoseksuelen werden in de jaren dertig en veertig vooral in Duitsland opgepakt.

De onbezorgheid is weg

‘Het verleden ligt gelukkig ver achter ons, en het heden is niet te vergelijken met hetgeen er toentertijd gebeurde’, zegt Müller, maar toch plaatst hij vraagtekens bij de tegenwoordige tendens. Homo-zijn is volgens Müller weer een issue: ‘Toen ik twintig jaar geleden naar Amsterdam ging verhuizen, was het hier een verademing, vooral de onbezorgdheid waarmee homo’s leefden. Maar nu bespeur ik bij velen de vraag: moeten wij opnieuw inleveren? De onbezorgdheid is weg. En hoe reageert der samenleving? Houd je koest, dan gebeurt er niks?’
Dat is wrang, want de emancipatie van de Nederlandse homo leek juist volmaakt. De invoering van het homohuwelijk in 2001 was de kroon op het proces. Dat zegt ook Siep de Haan, medeoprichter van Gay Business Amsterdam, organisator van Gay Pride: ‘De homo’s waren - volgens de heteroseksuele politici - nu wel volledig geëmancipeerd. Het was volbracht. Sinds de introductie van het homohuwelijk is de geldkraan voor homobeleid in Amsterdam dichtgedraaid. Zelfs de naam werd veranderd; homobeleid heette voortaan diversiteitsbeleid. Al het geld voor educatie en voorlichting ging na 2001 naar allochtonen. Dat waren de nieuwe probleemgevallen. Na het incident met Chris Crain, de Amerikaan die in de Leidsestraat de neus werd gebroken, omdat hij met zijn vriend hand in hand liep, vond een omslag plaats. De emancipatie was dus toch niet zo vergevorderd als gedacht.’

Intolerantie bij de moslimgemeenschap

De ongerustheid wordt gevoed door de groeiende intolerantie jegens homoseksuelen bij - met name - de moslimgemeenschap. Volgens de directeur van COC-Amsterdam Tania Barkhuis wordt de afkeer met name geuit aan de hand van verbaal geweld, vaak gepaard gaande met spuwen op de grond. ‘Bij een assertieve tegenreactie volgt meestal ook fysiek geweld.’ Volgens haar is de intolerante houding gebaseerd op de Arabische culturele achtergrond. Daarin is het homo-zijn taboe. Als argumentatie voor hun afkeer, worden dan citaten en quoten uit de koran erbij gehaald.
De zaak ligt ook in moslimkringen zeer gecompliceerd en zeer gevoelig. Haci Karacaer, directeur van de Turkse sociaal-religieuze beweging Milli Görüs zei daarover dat het gesprek desondanks op gang komt: ‘Bij de vraag hoe je omgaat met mensen die je beledigen, zijn er altijd gelovigen die de koran erbij halen en vragen “hoe het met bepaalde verzen zit”. De boodschap die zij te horen krijgen is dat zomaar een stukje oplepelen uit de koran ter legitimatie van een wandaad uit den boze is.’ Het probleem is, volgens Karacaer, dat er nog steeds te weinig imams zijn die in het Nederlands de koran kunnen uitleggen en dat imams vaak te weinig zelfvertrouwen hebben om die taak op zich te nemen. De Haan wijt de groeiende intolerantie van moslimjongeren aan verkeerde opvoeding en de onbekendheid met het fenomeen. ‘Aanwezigheid bij een Canal Pride zou voor hen dan ook een goede shocktherapie zijn.’ Overigens beperkt de discriminatie zich niet tot de Turkse en Marokkaanse gemeenschap. Ook in Surinaams-Hindoestaanse en Antilliaanse kringen heerst een taboe op homoseksualiteit.

Onzichtbaar worden

Volgens Barkhuis deelt de gemeente Amsterdam de visie van het COC dat het niet enkel gaat om de incidenten waarin grof fysiek geweld gebruikt wordt. ‘Dat is het topje van de ijsberg. De sfeer van verbaal geweld en intimidatie die homoseksuelen een gevoel van onveiligheid geeft en die hen zelfs in hun eigen woonomgeving bedreigd zet homoseksuelen er toe aan om “onzichtbaar” te worden. En dat is onacceptabel in een samenleving waarin onze leefstijl grondwettelijk verankerd is en wettelijk beschermd hoort te worden.’ Hierdoor is volgens Barkhuis een goed samenhangend beleid tussen COC, de gemeente en politie nodig: ‘een goede mix van repressie waar het gaat om geweld tegen homoseksuelen en preventief beleid met ondermeer projecten in de buurten en op scholen. Ook gesprekken aangaan met etnische organisaties rondom acceptatie seksuele diversiteit valt hieronder.’

Geen concrete stappen

Ook in Den Haag worden zulke initiatieven genomen: Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) kondigde in 2005 aan dat zij de sociale acceptatie van homoseksualiteit onder allochtonen wil bevorderen. Zij trok eerder al 350.000 euro uit om homoseksualiteit bespreekbaar te maken in etnische kring. Volgens Müller is er echter een tendens waar te nemen dat het alleen maar bij discussiëren blijft. ‘Het is aan de overheid om via voorlichting, educatie en juridische maatregelen een duidelijk standpunt in te nemen. Tot hier en niet verder. Concrete stappen blijven uit. Het enige beleidsvoornemen waar we de regering op kunnen betrappen is het mogelijk terugsturen van homoseksuelen naar Iran. Het idee dat een homo daar bij volledige zelfcensuur niets te vrezen heeft, is voor de minister voldoende alibi om haar uitzettingsbeleid aan te scherpen. Als we dit toelaten dan is het hek van de dam’, aldus Müller.

Laks homobeweging

Valt de homobeweging zelf laksheid te verwijten? Moeten homo’s weer de barricades op om hun verworvenheden te verdedigen? Müller: ‘De homobeweging is in slaap gevallen. De strijdbaarheid is ver te zoeken. In het verleden behaalde successen zijn geen garantie voor de toekomst.’ Volgens Siep de Haan blijven behalve de inspanningen van politiek en politie evenementen als Gay Pride en Gay Games van groot belang: ‘Honderd procent homoacceptatie zal nooit bereikt worden. Dat is een utopie. Homo-evenementen blijven nodig, want door het uitstralen van al die vrolijkheid krijgen velen er iets van mee. Juist de zichtbaarheid creëert een hoog emancipatoir gehalte. En ook al vinden sommigen het provocerend; het wakkert wél de discussie aan.’ Er moet volgens de Haan overigens een genuanceerd beeld geschetst worden van de situatie waarin de homo verkeert. ‘Kijk, voor de grachtengordelnicht is het hier een paradijs, terwijl de jonge moslimhomo - of lesbo - er heel anders aan toe is.’ Klaus Müller: ‘In tegenstelling tot de slachtoffers in de tentoonstelling ‘Wie kan ik nog vertrouwen’, zijn de homo’s van tegenwoordig niet onmachtig. Hopelijk zijn we slim genoeg om onze machtsmiddelen in te zetten voor de verdediging van onze rechten.’


Tentoonstelling ‘Wie kan ik nog vertrouwen? Homoseksueel in nazi-Duitsland en bezet Nederland.’ Vanaf vrijdag 21 april tot en met 20 juni te zien in Herinneringscentrum Kamp Westerbork; van 21 september 2006 tot half januari 2007 in het Verzetsmuseum Amsterdam, later in 2007 in het Verzetsmuseum Leeuwarden en Nationaal Monument Kamp Vught.


Boeken bij de tentoonstelling:
Klaus Müller: Doodgeslagen, doodgezwegen: Vervolging van homoseksuelen door het nazi regime 1933-1945 (Schorerstichting, 2005).
Klaus Müller en Judith Schuyf (red.): Het begint met nee zeggen. Biografieën rond verzet en homoseksualiteit 1940-1945, (Schorerstichting, 2006).

Doodgeslagen, doodgezwegen geeft een onthutsend beeld van de vervolging van homo’s tijdens het Derde Rijk en in bezet Nederland. Het laat zien hoe een totalitair regime haar invloed uitoefent tot in de diepste vezels van de samenleving, maar ook dat de homovervolging nooit systematisch opgezet had kunnen worden zonder de medeplichtigheid van de maatschappij. Doodgeslagen, doodgezwegen bevat getuigenverklaringen van slachtoffers, maar ook van hun familieleden, buren en collega’s. Het boek voorziet in het weggeven van nieuwe gegevens en nieuw onderzoek aan een breed publiek. Onderzoeksinstituten zoals het NIOD en herinneringscentra in Europa besteedden nauwelijks aandacht aan de talloze homoseksuele slachtoffers in de bezettingstijd.
In Het begint met nee zeggen beschrijven Müller en Schuyf de bijdrage van homoseksuelen aan het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Decennialang was dat aandeel ‘vergeten’ in de collectieve herinnering. Het paste niet in de nationale beeldvorming van het verzet: ‘Mensen in het verzet waren respectabele mannen, en zeker geen mietjes’, schrijft Müller. Zo is er het verhaal te lezen van de lesbische celliste en dirigente Frieda Belinfante. Na de Duitse inval nam zij actief deel aan het verzet. Samen met verzetlieden als Willem Arondeus vervalste zij paspoorten en nam deel aan de voorbereidingen van de aanslag op het Amsterdamse Bevolkingsregister. Verkleed als man wist zij in 1943 uit door de netten van de Gestapo heen te glippen, en wist zodoende Zwitserland te bereiken.


Praktische tips

Wees in de eerste plaats bewust van, en zet je sterk in voor de bescherming van je eigen rechten. Beschouw lidmaatschap van een belangenorganisatie niet langer als franje. Als je wordt lastiggevallen op straat, bijvoorbeeld na het bezoeken van een homobar, is het doen van aangifte zeer verstandig. Denk niet dat jouw melding parels voor de zwijnen zijn. Aan de hand van zogenaamde professionaliseringstraject, is politie namelijk steeds beter op de hoogte hoe discriminatie, en dus ook homodiscriminatie, onderkend en behandeld moet worden. Betrek de portiers van de bar bij het geval - die hebben ook belang bij een veilige situatie en zijn bovendien altijd aanwezig. Daarnaast kun je altijd politici op de hoogte stellen van de zorgwekkende situatie. Stel daarbij kritische vragen. Een e-mail schrijven naar de Tweede Kamer (bijvoorbeeld de leden vaste kamercommissie Justitie: B.Dittrich@tweedekamer.nl of W.vandeCamp@tweedekamer.nl) of naar gemeenteraadsleden (bijvoorbeeld VVD-gemeenteraadslid Robert Flos: rflos@raad.amsterdam.nl ) Ook bij Meldpunt Discriminatie (www.meldpunt.nl) en COC-Amsterdam (www.cocamsterdam.nl ) kun je onder meer melding maken van discriminatie. Maar leer ook de achtergrond van onbegrip kennen. Ga er niet van uit dat iedere moslim een homohater is.